Staat Cuba voor een nieuwe ‘speciale periode’?

Wim Leysen

2018 was een moeilijk jaar voor de Cubaanse economie en voor de Cubaanse burger. Het nieuwskanaal ‘Cubadebate’ organiseerde zelfs een panelgesprek onder de titel of Cuba voor een nieuwe ‘speciale periode’ staat. Sinds president Trump stelselmatig de VS-blokkade opdrijft, blijven de gevolgen voor Cuba niet uit. Cuba wordt verplicht duurdere buitenlandse markten aan te spreken. Door deze meerkost worden de beperkte buitenlandse deviezen niet optimaal gebruikt. Meer uitgaven voor minder import. Gelet op het feit dat Cuba jaarlijks voor twee miljard dollar aan voedingswaren invoert, hebben betalingsproblemen meteen enorme gevolgen voor de gewone Cubaan in de straat.

Rantsoenering van basisproducten

De varkensboeren zijn in grote mate van de invoer van soyavoeding. Door het gebrek aan harde deviezen, stokte vorig jaar de bevoorrading. Gevolg is dat enkel al voor de eerste trimester van 2019 de vleesproductie daalde met 200 ton. Een soortgelijk verhaal voor de invoer van tarwe, grondstof voor het dagelijkse brood. Andere basisproducten zoals eieren, kip, worst, olie, zeep zijn voorlopig schaars op de markt. Deze toestand noopte Díaz Velázquez, minister van binnenlandse handel, begin mei tot een aantal hoognodige maatregelen, die erop gericht zijn dat iedereen bevoorraad wordt. Een voorbeeld: van kippenvlees, een basisproduct dat volledig wordt ingevoerd, wordt de verkoop beperkt tot 5kg per persoon. Ook zeep en kuisproducten worden op deze manier gereguleerd. Om te garanderen dat iedereen basisproducten zoals eieren, rijst, bruin bonen, worst kan aanschaffen, worden de kleinere buurtwinkels prioritair bevoorraad, al is de prijsbepaling vrij.

Alles zat tegen!

De huidige moeilijke situatie komt niet uit de lucht vallen. Het voorbije jaar 2018 groeide het bruto intern product van Cuba slechts met 1,2%, de helft van wat de regering had vooropgesteld. Zoals reeds aangehaald, is de belangrijkste externe oorzaak de VS-blokkade tegen het land. De inkomsten uit het toerisme bleven onder de verwachtingen. Nadat president Trump het toerisme vanuit de VS aan strikte voorwaarden had gekoppeld, daalde het aantal Amerikaanse bezoekers met 6,8%. De weigering van de Braziliaanse president Bolsonaro om nog langer beroep te doen op Cubaanse dokters, heeft ook de inkomsten uit de internationale medische dienstverlening doen dalen. Maar verder zit ook de internationale economische situatie tegen. De ‘America first’-politiek van president Trump en de handelsoorlog met China creëren onzekerheid op de internationale markten. Cuba ontsnapt niet aan deze dynamiek, waardoor buitenlandse financiering en investeringen worden afgeremd.

Nochtans zijn grote kapitaalinjecties nodig om het industrieel productiepark operationeel te houden en te verbeteren. Nikkel is traditioneel een sterkhouder van de Cubaanse economie. Gebrek aan eigen kapitaal en aan buitenlandse investeringen heeft echter geleid tot een productievermindering van 72.000 d ton in 2011 naar 50.000 ton in 2018. Daarbij komt nog dat de laatste 5 jaar de internationale marktprijs van dit mineraal met 20% is gedaald. In een poging om deze negatieve spiraal te doorbreken, heeft de overheid het afgelopen jaar twee miljoen dollar in de belangrijkste nikkelmijn ‘Che Guevara’ in Moa geïnvesteerd.

Ook het klimaat speelde een negatieve rol in 2018. De aanhoudende droogte gevolgd door zware regenval leidde tot een schrale suikeroogst, ruim 40% minder dan het vorige jaar. Daarenboven veroorzaakte de orkaan Irma ook nog ernstige schade aan 24 suikerfabrieken, en zakte de suikerprijs met bijna 23% ten opzichte van het jaar voordien.

Een precaire betalingsbalans

De eindbalans voor 2018 is heel negatief: de inkomsten uit de uitvoer daalden met 12,6%, terwijl de uitgaven voor de invoer stegen met 2,9%, met als resultaat een geschat deficit van 1.187 miljoen dollar. Op dit ogenblik loopt de totale schuld van Cuba op tot 29,8 miljard dollar, of 30,4% van het bruto intern product of BIP. Naar internationale normen is dit percentage vrij laag, maar voor Cuba geldt dit niet. Het land kan geen kapitaal lenen bij het Internationaal Muntfonds of Internationale Bank voor Ontwikkeling BID. Enkele jaren terug onderhandelde Cuba met een aantal schuldeisers zoals Spanje en Frankrijk een schuldherschikking, in de veronderstelling dat de Cubaanse economie de komende jaren fel zou groeien. Maar door de economische tegenslagen stokten de afgesproken afbetalingen in 2018, zodat het positief effect van de herschikking voorlopig beperkt blijft. Het gebrek aan liquiditeiten leidde ook tot de niet betaling van 1,5 miljard dollar aan openstaande facturen bij de buitenlandse leveranciers.

Staat Cuba op de drempel van een nieuwe ‘speciale periode’?

De Cubaanse economie staat zeker nog voor een paar moeilijke jaren, met een geschatte groei van het BIP van amper 1 à 2 procent. Toch kan men niet spreken van een nieuwe speciale periode, meent professor en voormalig minister voor economie José Luis Rodríguez. Na het wegvallen van de USSR als handelspartner in 1991 daalde het BIP van Cuba op een paar jaar tijd met 35%; dat is nu niet het geval. Toen waren alle inspanningen erop gericht om stand te houden en de sociale programma’s te redden; de investeringen vielen volledig stil. Vandaag blijft Cuba investeren in zijn ontwikkeling, in sleutelsectoren als biotechnologie, medische diensten, toerisme, nikkel, enz.

Na de ‘speciale periode’ herstelde de economie zich langzaam, tot de financiële crisis van 2008 weer stokken in de wielen stak. De overheid was verplicht om de groei van de economie te vertragen en af te stemmen op de verminderde inkomsten. De regering tekende in 2011 een nieuw economisch beleid uit, gebaseerd op drie peilers. Vooreerst moet de betalingsbalans tussen uitgaven en inkomsten in evenwicht gebracht. Vervolgens moet intern de productiviteit van de bedrijven opgedreven worden. Ten derde moeten de voorwaarde voor een economische groei verbeterd door verbeterde voorzieningen in energie, water, transport, infrastructuur, enz.

Een opleving van korte duur

De maatregelen kenden een positief effect, mede dank zij een paar positieve internationale ontwikkelingen. Eind 2014 breidden Cuba en Venezuela hun economische samenwerking fors uit. Ook de toenadering met de Verenigde Staten onder president Obama zorgde voor meer vertrouwen. Het grote aantal Amerikaanse toeristen zorgde voor een boom van het Cubaans toerisme. Even belangrijk was dat in het kielzog van Obama meerdere landen, van Frankrijk tot Japan, extra interesse toonden om in Cuba te investeren. Cuba vaarde er wel bij en het BIP steeg in 2015 met 4,5%. Maar na 2016 begonnen de problemen met de Venezolaanse olieleveringen. De Cubaanse economie kende een sterke terugval en groeide dat jaar amper 0,5%. Ook de komst van Donald Trump begin 2017 in het Witte Huis was desastreus voor Cuba. De toenadering tussen beide landen wordt volledig teruggeschroefd, en het positieve internationale klimaat rond Cuba neemt af. Na 2016 blijft de groei van de Cubaanse economie op jaarbasis steken op slechts 1,1%.

Uitdagingen voor Cubaanse economie

De Cubaanse economie te lang en te sterk afhankelijk gebleven van de handel met een beperkt aantal landen, zoals de voormalige Sovjet Unie en Venezuela. Het huidig beleid kiest voor verruiming naar China, de Europese Unie, en andere landen. Een andere uitdaging is het verminderen van de grote afhankelijkheid van voedselimport. Al het geld dat het land uitgeeft aan voedsel, verdwijnt letterlijk in de maag en kan niet geïnvesteerd worden in ontwikkeling. Daarom kiest het land nu om te investeren in projecten en sectoren waar het kapitaal zo vlug mogelijk wordt gerecupereerd. Wat betreft de landbouw investeert Cuba nu 800 miljoen dollar in irrigatiewerken die het water van de bergen naar de vruchtbare gronden in Holguín en Guantánamo voeren. Dank zij dit soort investeringen hoopt de overheid de voedselimport te verminderen met 600 miljoen dollar per jaar.

Een even grote opdracht is het wegwerken van de interne zwakheden. Te veel bedrijven ondervinden moeilijkheden de hele keten van aankoop van grondstoffen, het transport, de productie en de vermarkting op elkaar af te stemmen. Een positief voorbeeld is de toeristische sector, die erin slaagt om de toerist goed te omkaderen op het vlak van huisvesting, voeding, transport, cultuur, vrije tijd, enz. Wat in het toerisme wel lukt, moet ook in de andere sectoren lukken, meent prof. Rodríguez. Maar dat vraagt een omschakeling van het planningscultuur, vertrekkend vanuit het bedrijf, minder van boven naar beneden. De overheid experimenteert met meer bedrijfsverantwoordelijkheid, maar het proces loopt traag.

 

Bronnen:
Cubadebate, 02 03 19, José Luis Rodríguez, Balance económico preliminar del 2018,
Cubadebate, 06 05 19, ¿Cuba regresará al Periodo Especial?

Jouw mening graag!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.