Een nieuwe Grondwet voor Cuba

In juli 2018 presenteerde Homero Acosta het ontwerp van een nieuwe Cubaanse Grondwet voor de afgevaardigden van de Staatsraad: De volksraadpleging waaraan het ontwerp van de Grondwet wordt onderworpen wordt een oefening in democratie zonder voorgaande in geen enkel land ”, stelde hij.
Homero Acosta is secretaris van de Staatsraad en lid van de Commissie die het document opstelde.
De raadpleging van de bevolking in Cuba is inmiddels van start gegaan.
Hieronder een samenvatting van Acosta’s interventie op basis van het verslag in de officiële Cubaanse pers .

Sinds 2013 wordt er gewerkt aan dit ontwerp rekening houdende met eerdere ervaringen in Cuba, maar ook met Grondwetten uit andere Latijns-Amerikaanse, Aziatische, Europese en Afrikaanse staten.
Als basis dienden de akkoorden van het 6de en 7de congres van de Communistische Partij van Cuba en de eerste Nationale Conferentie.
“We staan hier niet voor een gedeeltelijke, maar om een totale hervorming van de Grondwet, voortgekomen uit de Nationale Vergadering, waar elke afgevaardigde tegelijk ook grondwetgevende bevoegdheid heeft”. Het ontwerp zal daarna aan de bevolking via een volksraadpleging worden voorgelegd (hetgeen intussen in gang is, nvdr), wat in geen enkel land een precedent heeft. Het resultaat daarvan wordt aan het Parlement voorgelegd. Acosta beklemtoonde dat aan grondvaste beginselen zoals de definitie van het socialistische karakter van het systeem en de rol van de Communistische Partij van Cuba niet zal worden geraakt. Het definitieve document zal volgens een hoofdelijke stemming moet worden goedgekeurd, dat wil zeggen dat elk lid voor de plenaire vergadering moet verschijnen om luidop te zeggen of hij of zij al dan niet instemt met de nieuwe Grondwet. Bovendien is voor de goedkeuring een twee derde meerderheid vereist.

“De nieuwe Grondwet omvat een visie op de toekomst, voor wanneer de historische generatie die de revolutie heeft gemaakt er niet meer is. Het is haar erfenis, in het bijzonder die van de ideeën van Fidel en Raúl.”

Behouden van het humanisme

De nieuwe tekst zal de humanistische beginselen van het Cubaanse socialisme vrijwaren, zoals zal blijken uit de grondwettelijke bevoegdheid van hogere orde om burgers te beschermen tegen de schending van hun rechten.
“Er komen veranderingen in het economische model, die eerder al werden goedgekeurd als resultaat van een proces van voorafgaand overleg met de bevolking”. Zo komen nu ook de bescherming van het milieu en de noodzaak om de gevolgen van klimaatverandering te verzachten voor in de tekst.
“Ik geloof niet dat er in de internationale arena een Grondwet bestaat met dergelijke krachtige verklaringen als die van Cuba”.

Een Grondwet is een geheel van essentiële minimumnormen, dat niet om de haverklap kan worden veranderd en die stabiliteit en zekerheid moet garanderen toepasbaar moet zijn. “Een ander kenmerk van dit Grondwetsvoorstel is het brede scala aan economische, sociale en individuele burgerrechten die in de Grondwet zijn opgenomen waarop wij met recht trots kunnen zijn vanwege hun democratisch gehalte”.

De noodzaak van een meer functionele staatsstructuur met meer evenwicht tussen de verschillende instanties wordt sterk benadrukt zoals mag blijken uit het versterken van de autonomie van de gemeenten en een decentralisatie die de directe relatie van de vertegenwoordigers met het volk moet versterken.
Een verstrekkende en vernieuwende term is, zo Acosta, het opnemen van de term ‘Socialistische Rechtsstaat’, ontleend aan het burgerlijke liberale denken van de negentiende eeuw: “Het kapitalisme eist het exclusieve gebruik van de term “Rechtsstaat” op, maar wij hebben de term geherwaardeerd om hem in de Grondwet op te nemen. In de Europese socialistische staten werd het begrip nooit omschreven en omdat dit nooit gebeurde, was het één van de factoren die deze staten ondermijnden.

De rol van de Communistische Partij en haar democratisch karakter in een directe relatie tot het volk worden gehandhaafd, evenals het concept van individuele en collectieve welvaart.

Over de grenzen heen

Volgens Homero Acosta verwijzen de meeste constituties niet naar hun buitenlands beleid, dat meestal onderhevig is aan internationale fluctuaties. Cuba integreert haar buitenlands beleid daarentegen in de Grondwet, een innovatie.

“De tekst veroordeelt alle vormen van terrorisme, de verspreiding en het gebruik van kernwapens, alsmede de verdediging van de mensenrechten vanuit ons standpunt, en herhaalt de bescherming van het milieu en de strijd tegen klimaatverandering. Door middel van aparte wetten moet later worden bepaald hoe internationale verdragen zullen worden ontvangen en nageleefd.”

Ook de steun van Cuba aan de integratie van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied wordt in deze voor Cuba moeilijke tijden herbevestigd.

Economische ontwikkelingen

Wat de economie betreft blijft de Grondwet gebaseerd op de conceptualisering van een model, waarin de staat zeggenschap uitoefent over de economie in al haar vormen.
De rol van de staat wordt niet ontkend, maar er worden andere vormen van eigendom toegevoegd, zoals het gemengde eigendom, niet noodzakelijkerwijs van buitenlands kapitaal, maar waarbij verschillende entiteiten betrokken kunnen zijn.
Het private eigendom wordt erkend, en er wordt een wetgevend kader voor ontwikkeld. Niet alleen over zelfstandig ondernemerschap, maar ook over de werving van arbeidskrachten, een te reguleren werkelijkheid.

Acosta benadrukt echter dat “de Grondwet de kwestie van het eigendom niet kan verdiepen en dat de vorige grondwet geval per geval de goederen vermeldde, wat overbodig is. Enkel noodzakelijk is de goederen te vermelden, die tot het publieke domein behoren, zoals de grond, de mijnen, de verkeers- en communicatiewegen, aangezien andere goederen als gemengde onderneming (bv. joint venture) kunnen worden beheerd”.

“De staatsonderneming is het hoofdonderwerp van de economie, zoals we haar begrijpen. Zij is de belangrijkste bron van rijkdom van het land. Zij moet meer autonomie krijgen, efficiënter worden, meer capaciteit krijgen”. Het reguleren van economische processen blijft toekomen aan de staat, in tegenstelling tot de markt in de neoliberale wereld.

Staatsactiva kunnen wel via non-gouvernementele kanalen kunnen worden beheerd, zoals al het geval is met het verhuren van gebouwen, ook als gezamenlijke onderneming.


De concentratie van rijkdom werd in de Commissies van de Nationale Vergadering hevig bediscussieerd en leidde onder afgevaardigden tot grote bezorgdheid. Acosta deelt die bezorgdheid maar meent dat rijkdom niet door de Grondwet verboden kan worden: “concentratie kan worden beperkt, maar bijvoorbeeld een Cubaanse sporter of een artiest met een contract in het buitenland, kan een hoog inkomen hebben, net zoals een sterk gemotiveerde landbouwer. We kunnen dit niet beperken. Deze economische groei kan zelfs ten bate van de samenleving worden geïnvesteerd en herverdeeld. Wetten zijn nodig om dit te regelen”.

Ten aanzien van bezorgdheden over buitenlandse investeringen die Cubanen discrimineren betoogde Acosta dat het probleem zich stelde “in verschillende socialistische landen”. “Cuba heeft [deze investeringen] nodig voor haar ontwikkeling in sommige sectoren die technologische modernisering vereisen en in vele gevallen hebben we geen machtspositie op de markt. Wat we moeten doen is het goed doen, en gecontroleerd.”
Als hoge inkomens legitiem verworven zijn, zijn er geen redenen om er grenzen aan te stellen en kunnen ze niet als discriminerend worden beschouwd. Enkel als de nationale soevereiniteit en het rationele gebruik van natuurlijke rijkdommen in het gedrang komen moeten maatregelen mogelijk zijn.

Rechten, plichten en waarborgen

Het belang en de waarde van de arbeid, moet de belangrijkste bron van inkomsten zijn voor de samenleving. Ook private grondeigendom, die onder een speciale erfenisregeling valt kan een bron zijn, maar de staat kan grond aan- of verkopen als hij die nodig heeft voor ontwikkelingsdoeleinden.

De huidige Grondwet aanvaardde het dubbele staatsburgerschap niet. Een ander staatsburgerschap zal nu wel mogelijk zijn naast het Cubaanse, maar op het nationale grondgebied is men Cubaan(se) en dus onderworpen aan de verplichtingen van een inwoner van het land, buiten het Cubaanse grondgebied wordt de andere nationaliteit gerespecteerd.

Geïnspireerd door internationale verdragen inzake mensenrechten balt de voorgelegde Grondwet een groep rechten samen die over de huidige Grondwet verspreid waren. Onder andere het recht op gelijkheid, dat verwijst naar non-discriminatie op grond van een kenmerken als geslacht, seksuele geaardheid, invaliditeit en elk ander aspect dat de menselijke waardigheid schade toebrengt. Wie anderen discrimineert kan worden gestraft. De overheid heeft naar haar burgers een opvoedende taak over de beginselen van gelijkheid en steun voor de meest kansarmen, ouderen en mensen met een functiebeperking.
Ook de waarborgen voor een eerlijke rechtsbedeling aan de burgers worden versterkt. Onder meer de habeas corpus1, het recht op informatie en de sociale reïntegratie van ex-gedetineerden worden tot deel van de Grondwet verheven.

Onderschreven worden verder het vrije bezit van eigendom en het vrij belijden van een religie.
Een aantal rechten zijn progressief in de zin dat ze op dit moment niet kunnen voldaan worden, maar waar de staat aan werkt, zoals toegang tot water en waardige huisvesting voor iedereen.
Ook individuele rechten, zoals het recht van vergadering, demonstratie en vereniging, worden benadrukt voor zover de doeleinden binnen de wet vallen, dat wil zeggen vreedzaam en met eerbied voor de openbare orde.

Volksgezondheid en onderwijs zullen universeel en gratis blijven. Voor niet essentiële gezondheidsvoorzieningen, zoals ingrepen van esthetische aard moet worden betaald. Hetzelfde geldt voor hogere studies of het leren van een taal, als de persoon dit om persoonlijke redenen volgt, zal de staat de kosten niet dragen.

Aangezien Cuba een seculiere staat is, prevaleert er geen religie en is er ook geen band tussen religie en het nationale onderwijsstelsel: de verantwoordelijkheid van de staat, de samenleving en het gezin ten aanzien van het onderwijsstelsel wordt in de tekst gespecificeerd.

Over het huwelijk wijkt de tekst af van het eerdere concept van het huwelijk als een verbintenis tussen een vrouw en een man. “Nu staat er ‘tussen twee personen’, ook hiervoor zal er nieuwe wetgeving moeten komen.”

Ook wordt de nadruk gelegd op het recht op waardig werk en het beginsel van gelijke en gelijkwaardige arbeid. Het concept van socialistische verdeling wordt gehandhaafd: van ieder naar zijn vermogen, aan ieder naargelang zijn werk.

Een complexe en verstrekkende opgave

Een hoofdstuk van de Grondwet reguleert ingrijpende inhoudelijke veranderingen in het onderwijs-, cultuur- en wetenschapsbeleid, waarbij de unieke socialistische waarden van het systeem behouden blijven, maar aangepast aan de ethische en revolutionaire waarden van de nieuwe generaties.

Wat de staatsstructuur betreft voorziet de voorgestelde Grondwet substantiële veranderingen i.v.m. de rol van de Nationale Vergadering van de Volksmacht (Asemblea Nacional del Poder Popular) als orgaan met de grootste bevoegdheden en als enige grondwetgevende macht.
De Staatsraad wordt gehandhaafd in de Grondwet en zal fungeren als permanent orgaan van de Nationale Vergadering, met als bijzonderheid dat de voorzitter, ondervoorzitter en de secretaris van de Nationale Vergadering deze functies ook zullen opnemen in de Staatsraad, zodat er meer continuïteit en een betere band tussen beide kan groeien.
De president van de republiek wordt door de Nationale Vergadering van volksvertegenwoordigers uit haar afgevaardigden gekozen voor een periode van vijf jaar en kan zijn verantwoordelijkheid uitoefenen voor maximaal twee opeenvolgende termijnen, waarna hij die functie niet meer mag uitoefenen.
De Raad van Ministers behoudt zijn status van uitvoerend en administratief orgaan onder leiding van een Eerste Minister. Afgevaardigden in de Nationale Vergadering worden rechtstreeks door het volk verkozen. Enkel dit orgaan kan de grondwettelijke regels interpreteren.
De belangrijkste functies worden door de Nationale Vergadering verkozen: naast de president en de vicepresident, ook de leden van de Nationale Kiesraad (Consejo Electoral Nacional), de premier en de provinciegouverneurs.
De Staatsraad krijgt er bevoegdheden bij: de wetsontwerpen die aan de Nationale Vergadering worden voorgelegd, zullen van tevoren worden besproken in dit permanent orgaan, dat standpunten kan wijzigen en vervangen zonder te wachten op de Nationale Vergadering. De werkzaamheden van de parlementaire commissies zullen door de Staatsraad worden gecoördineerd tussen de verschillende zittingen van de Assemblee in.
Om tot president van de republiek te worden gekozen moet hij of zij ten minste 35 jaar oud zijn moet hij/zij van geboorte Cubaans zijn (en niet een andere nationaliteit) en mag hij of zij bij zijn/ haar eerste ambtsaanvaarding niet ouder zijn dan 60 jaar. Voor de vicevoorzitter zijn er geen leeftijdsgrenzen.
De eerste minister moet afgevaardigde zijn en door de president van de Republiek worden voorgedragen aan het parlement, waar hij, om te worden gekozen, 50 procent plus één van de stemmen nodig heeft. Hij heeft de plicht aan de president van de republiek en aan het parlement verslag uit te brengen over zijn daden. Deze premier zal in dringende omstandigheden de macht hebben om bepaalde beslissingen te nemen. Indien vervanging van een lid van de Raad van Ministers noodzakelijk is, dient dit te worden aangevraagd bij de Staatsraad.

Op het vlak van rechtsbedeling zal de functionele onafhankelijkheid van de rechtbanken worden versterkt.

Voor de lokale organen van de volksmacht (Poder Popular) komt er een belangrijke wijziging: de provinciale assemblees met hun bestuursorgaan worden in het ontwerp afgeschaft en in plaats daarvan wordt een provinciale regering ingesteld, bestaande uit een Gouverneur en een Raad, samengesteld uit de voorzitters van de gemeentelijke assemblees van de volksmacht en de intendanten(die de Gemeenteraad leiden).

“Op gemeentelijk niveau is het de bedoeling om de duur van het mandaat van de gedelegeerden te verlengen tot vijf jaar en om de gemeente administratieve autonomie te geven om sneller en efficiënter in te spelen op de gemeentelijke problemen”.

Deze autonomie van de gemeente als primaire eenheid van de natie wordt door Acosta als fundamenteel beschouwd. Dit betekent niet automatisch meer welvaart, aangezien er lokaliteiten zijn die verder ontwikkeld zijn dan andere. Daaraan moet de algemene economische planning tegemoet komen.

Nog over de afschaffing van de provinciale volksvertegenwoordiging en in plaats van daarvan de creatie van een provinciale Regering onder leiding van een gouverneur en een provinciale raad, zei Homero Acosta: “We hebben onze ervaringen met deze jaren van volksmacht geanalyseerd. Als we de gemeentelijke autonomie willen versterken, leek het ons om praktische en functionele redenen het meest aangewezen om een regering in het leven te roepen die de provincie in uitvoerende en administratieve termen zou leiden en de betrekkingen tussen de staat en de gemeenten zou coördineren.”

Het Algemene Controlebureau van de Republiek moet een betere controle over de administratieve procedures en een transparanter beheer van de openbare middelen mogelijk maken. Deze instelling, die verslag uitbrengt aan de President van de Republiek, legt verantwoording af aan de Nationale Vergadering.
Springt verder in het oog het gewaarborgde recht van petitie en op lokale participatie, waaronder de mogelijkheid om volksraadplegingen over zaken van lokaal belang bijeen te roepen, en het recht van de bevolking om analyses van kwesties voor te stellen.

Defensie en toekomstige wetgevende stappen

De voorgestelde grondwet baseert de strategische opvatting van de Cubaanse defensie op de doctrine van de ‘Oorlog van het hele Volk’. Voorts wordt gepreciseerd dat de Nationale Defensieraad het hoogste orgaan van de staat is dat het land in uitzonderlijke en rampzalige situaties bestuurt.
Volgens Acosta is de Grondwet (…) van het hoogste belang maar een Grondwet zal dode letter zijn als we hem niet verder ontwikkelen.

De Kieswet is de eerste wet die aan de Nationale Vergadering zal worden voorgelegd na afkondiging van de nieuwe Grondwet. Daarin zal worden vastgelegd hoe de verkiezing van de belangrijkste functies zal verlopen.

Tenslotte impliceert een nieuwe Grondwet ook veranderingen in het rechtssysteem, een complexe aangelegenheid, omdat rechtsnormen moeten worden geactualiseerd en nieuwe normen in het rechtsstelsel moeten worden opgenomen.


Bron: Juventud Rebelde (22 juli 2018)
Oorspronkelijke auteurs: Margarita Barrios, Alina Perera Robbio, Roberto Suárez
Vertaling en bewerking: Julie Rausenberger

  1. Onder “habeas corpus” wordt verstaan het rechtsbeginsel dat stelt dat de verdachte van een misdrijf binnen een bepaalde termijn van zijn aanklacht in kennis moet worden gesteld, dat hij in levenden lijve aan een rechter moet worden voorgeleid en dat gevangenneming slechts mag volgen op gerechtelijk bevel, nvdr.