De Cubaanse revolutie is er voor iedereen: de zienden en de blinden

Cinema met audiodescriptie vergemakkelijkt toegang tot cultuur voor blinden en slechtzienden

RÓGER CALERO

HAVANA – In februari hoorde ik over de filmclub “Tocando la luz” (“Het licht aanraken”) die zich richt tot de blinden en slechtzienden in Cuba. Terwijl ik hier verbleef voor de Internationale Boekenbeurs van Havana bezocht ik het Infanta Theater en ging er samen met een vijftigtal blinden en zienden de film “Cafe amargo” (bittere koffie) bekijken.
De film dateert van 2015 en speelt zich af in het Sierra Maestra-gebergte ten tijde van de Cubaanse revolutionaire strijd in 1958. Het is één van de 92 films met audiodescriptie die tot nu toe voor “Tocando la luz” geproduceerd zijn door het Cubaans Instituut voor de Filmkunst en de Filmindustrie (ICAIC).



“Tocando la luz” is een gezamenlijk project van ICAIC en de Nationale Vereniging voor Blinden en Slechtzienden (ANCI). Het begon zeven jaar geleden in Havana en breidt zich nu uit naar andere provincies.
Audiodescriptie is een techniek die gebruikt wordt om filmscènes en visuele effecten te beschrijven die tussen de dialoog plaatsgrijpen, zonder te raken aan de artistieke gewaarwording. In de weinige kapitalistische landen waar films met autodescriptie beschikbaar zijn moet je als slechtziende in de filmzaal een speciale koptelefoon opzetten. In Cuba daarentegen luisteren zienden en niet-zienden samen naar één en dezelfde geluidsband. De toegevoegde audiodescriptie is vaak ingesproken door bekende acteurs, die op de Cubaanse radio dramaseries vertolken.
“Iedereen is hier welkom, veel mensen komen met vrienden en familie”, zegt Jorge Gonzalez Frometa mij. Hij is degene die het project op de sporen heeft gezet.
“Wat een geweldig initiatief”, zegt Marisabel Tamayo, die blind werd op 8-jarige leeftijd. “Ik ben altijd dol geweest op films. Vroeger ging ik samen met mijn mama, die in mijn oor fluisterde wat ik niet kon zien. Nu is mijn mama er niet meer, maar heb ik deze filmclub.”
“Door deze filmclub komen we terug onder de mensen en zitten we niet langer de hele tijd binnen”, zegt Juan Osborne. Hij is 62 en werd blind ten gevolge van een verkeersongeluk in 1984. Hij werkt als tuinier en rehabilitatietechnieker voor de blinden. Hij treedt ook op met een theatergroep genaamd “Sin bastón” (zonder stok).
Eén keer per maand kunnen de filmliefhebbers genieten van een voorstelling met audiodescriptie, en in de zomer zijn er negen extra films. Verschillende filmgenres, gaande van Cubaanse klassiekers tot hedendaagse populaire films, komen aan bod. In de filmclub kan je in braille een lijst consulteren met de programmatie en filmbeschrijvingen. De meeste films zijn van Cubaanse makelij, maar er zijn er ook uit Argentinië, Mexico en Spanje. Omwille van hoge auteursrechten kunnen films uit de Verenigde Staten niet opgenomen worden. Maar zelfs als het ICAIC die kosten zou kunnen betalen, dan nog zou het onmogelijk zijn om deze films te kopen vanwege het economische embargo van de VS tegen Cuba.
Productie van audiodescriptiefilms is duur, en wordt grotendeels gesubsidieerd door de Cubaanse staat. De inkomsten voor de filmclub van de voorstelling die ik bijwoonde kunnen niet veel hoger geweest zijn dan 20 dollar. Een toegangskaartje kost het equivalent van 10 dollarcent, en leden van de ANCI betalen halve prijs.

Een verworvenheid van de Cubaanse revolutie
Tijdens en na de overwinning van de Cubaanse revolutie, waarbij in 1959 de door de VS gesteunde dictatuur van Fulgencio Batista werd omvergeworpen, ijverden de 26 juli-beweging en het Rebellenleger onder leiding van Fidel Castro voor de participatie van alle werkers in het bestuur van Cuba. Ook werd ernaar gestreefd de Cubanen de resultaten van hun strijd in het dagelijkse leven te laten ondervinden.
“Wij hebben er altijd voor gevochten om er maatschappelijk bij te horen”, zegt Tamayo. Ze beschrijft de vooruitgang die gemaakt is op het vlak van de toegang tot onderwijs en tewerkstelling voor blinden en mensen met andere fysieke handicaps. “Voor de revolutie was er geen enkele sociale integratie voor de blinden, trouwens ook niet voor de armen”, voegt ze daaraan toe.
De uitbreiding van de toegang tot onderwijs en cultuur naar miljoenen arbeiders en boeren stond centraal in de revolutionaire omvorming van zowel de Cubaanse mensen zelf als van hun levensomstandigheden. Dit hele proces kreeg een flinke duw in de rug door de massale alfabetiseringscampagne in 1961, waar honderdduizenden werkers in de steden en op het platteland bij betrokken waren.
De vakbonden en andere massa-organisaties integreerden de alfabetiseringscampagne in de vele andere initiatieven opgezet door arbeiders en boeren om controle te krijgen over hun leven en toekomst, zoals bijvoorbeeld de landhervorming en de strijd voor werk voor allen.
Deze inspanningen waren de basis voor weer andere populaire projecten, waaronder de heropening van het Nationaal Ballet (onder Batista gesloten) en het opbloeien van bibliotheken, boekenwinkels, kunstgalerijen, filmzalen, theatergezelschappen, zangkoren en plaatselijke culturele centra. En telkens streefde de revolutie ernaar om de Cubanen met een handicap erbij te betrekken. “Het licht aanraken” is daar een mooi voorbeeld van.

Bijzonder onderwijs voor de visueel gehandicapten
“In 1959 was er maar één speciale school voor blinden”, zegt Tamayo. Nu zijn er 15, één in elke provincie.
“Blinden en slechtzienden zijn erom bekend een goed gehoor te hebben dus werden we aangezocht voor een speciale opleiding. Voor mij betekende dat het begin van mijn 41 jaar lange carrière als pianostemmer. In de jaren ’70 nam het aantal kunst- en muziekscholen snel toe en was er bijgevolg een tekort aan pianostemmers.” Tamayo maakte ook deel uit van de campagne van 1979 tot 1983 om zoveel mogelijk mensen het lezen en schrijven van brailleschrift bij te brengen. Deze campagne was één van de drie dergelijke campagnes die door de revolutionaire regering werden georganiseerd.
Sedert 2012 heeft de ANCI een stand op de Internationale Boekenbeurs van Havana. Ondanks de economische problemen waar Cuba mee worstelt, publiceerde de organisatie dit jaar 19 boeken in braille en twee audioboeken. Al deze boeken zijn gratis te verkrijgen. Elk jaar peilt de ANCI naar de leeswensen van haar leden en beslist dan wat er gepubliceerd wordt.
In de Verenigde Staten daarentegen is er momenteel een crisis in braillegeletterdheid. Deze crisis is te wijten aan besparingen door de regering en andere aanvallen op het openbare onderwijs. Zowat 40 tot 50 % van de blinde leerlingen in de VS maken hun middelbare studies niet af en slechts 32 % van de blinden hebben werk.
Na mijn terugkeer naar New York had ik een gesprek over mijn ervaringen in Cuba met Juanita Young. Ze is al lange tijd activiste in de strijd tegen de brutaliteiten van de politie. Zij werd jaren geleden visueel gehandicapt. Ze vertelde mij over een zomerkamp voor visueel gehandicapten waaraan ze had deelgenomen: “80 % van de films die getoond werden hadden geen audiodescriptie. Vooral de recentere films niet. Ze zeggen dat er gewoon geen fondsen voor zijn. Ik persoonlijk zie nog liever een oude film met audiodescriptie duizend keer opnieuw dan films waarbij ik totaal niet snap waar het over gaat.”
“Het licht aanraken” werd onlangs uitgebreid tot de provincie Granma in het oostelijk deel van Cuba. Projectleider Frometa zei daarover: “Het kan niet dat je rechten je ontzegd worden omwille van je woonplaats. Dit project heeft in een kleine stad van de provincie Granma de allure van een festival.”
We voegen er nog aan toe dat er in Cuba voor blinden en slechtzienden ook schaak- en dominotornooien op landelijk vlak georganiseerd worden, en niet te vergeten baseballcompetities.

Vertaald uit The Militant van 19 maart 2018: Cuban Revolution involves all, with sight or not