“Gedreven door solidariteit, niet door materiële belangen”

De Cubaanse ervaring met de strijd tegen ebola

In de lente van 2014 brak in Guinee, Sierra Leone en Liberia, drie West-Afrikaanse landen, een ebola-epidemie uit die duizenden mensenlevens gekost heeft.

Wanneer de Cubaanse regering in augustus en september 2014 hulpverzoeken kreeg van de Verenigde Naties, de Wereldgezondheidsorganisatie en de regeringen van de drie getroffen landen, meldden zich meer dan 12 000 Cubaanse dokters, verpleegkundigen en technici als vrijwilligers om de ziekte te gaan bestrijden.

Na een strenge selectie en opleiding zijn 256 van hen begin oktober 2014 naar Afrika vertrokken. De drie Cubaanse “ebolabrigades” hebben in Guinee, Sierra Leone

et Liberia gewerkt tot het einde van de epidemie in maart 2015. Geen enkel ander land was in staat om zelfs maar bij benadering evenveel gezondheidswerkers ter beschikking te stellen voor de strijd tegen ebola.

Begin 2015 voegde een ploeg Cubaanse journalisten, onder leiding van Enrique Ubieta, zich bij de medische werkers in Afrika om ter plaatse reportages te maken. Als uitvloeisel van die reis schreef Ubieta het boek Zona Roja : La experiencia cubana del ébola (Rode Zone: de Cubaanse ervaring met ebola), in Havana uitgegeven door Casa Editora Abril.

Bij de lancering van Zona Roja, op 12 februari 2016 tijdens de Internationale Boekenbeurs van Havana, namen de auteur van het boek en de leiders van de drie ebolabrigades het woord, samen met Abel Prieto, raadgever van de Cubaanse president Raúl Castro en voormalig voorzitter van de Unie van Schrijvers en Kunstenaars van Cuba (UNEAC). Prieto is sinds de zomer van 2016 opnieuw minister van Cultuur, wat hij ook al was van 1997 tot 2012.

De toespraak van Abel Prieto werd in mei 2016 in het weekblad The Militant gepubliceerd in het origineel Spaans (‘Motivados por solidaridad, no intereses materiales’) en in een Engelse vertaling (‘Motivated by solidarity, not material interest’). Wat volgt zijn ruime uittreksels, vertaald door de Vrienden van Cuba.

ABEL PRIETO

Ubieta vertelt me dat de artsen Jorge Pérez en Félix Báez vandaag hier in de zaal zijn. Jorge was als hoofd van het Pedro Kourí Instituut voor Tropische Geneeskunde verantwoordelijk voor de training in Cuba van de brigade. Félix is de enige Cubaan die met ebola besmet raakte.

Jorge ging naar Genève om Félix te bezoeken in het ziekenhuis waar hij behandeld werd. Félix vertelde van achter glas via de telefoon: “Prof, ik ga terug naar Sierra Leone”, hoewel hij op dat moment ernstig ziek was. Maar hij herstelde en ging wel degelijk terug.

Zona Roja beschrijft mensen, feiten, processen en situaties waar ik in feite niets van wist. Dat begon ik te beseffen al lezend, en ik geloof dat veel lezers deze reactie zullen hebben.

Het is een boek dat we vooral bij jongeren moeten promoten. Het vertelt over de onbaatzuchtigheid, de principes en de overtuigingen waardoor de Cubaanse artsen en verplegers gedreven worden.

Het boek begint met een citaat van Fidel [Castro] uit een toespraak helemaal van 17 oktober 1962, bij de inhuldiging van de medische school Playa Girón: “Ik sprak vandaag met de studenten en stelde dat er 50 vrijwillige dokters nodig zijn om naar Algerije te gaan. … En we zijn er zeker van dat we die vrijwilligers zullen vinden.” Dat was in 1962. Ubieta herinnert eraan dat de helft van alle artsen – 3000 van de 6000 – Cuba verliet na de overwinning van de revolutie. “Wie weet hoeveel [we er zullen kunnen sturen] binnen 8 of 10 jaar” zei toen Fidel. “We zullen onze zusternaties kunnen helpen.”

In 2014, bij het begin van de ebolamissie, gaf Fidel in één van zijn kronieken volgend commentaar: “Medische werkers die eender waar ter wereld naartoe gaan om levens te redden, zelfs met het risico het eigen leven te verliezen, dat is de hoogste vorm van solidariteit die een mens te bieden heeft, vooral omdat zij niet gedreven worden door materiële belangen.”

“We moesten ingaan tegen het denkbeeld dat je de zieken niet mocht aanraken”(dr. Rotceh Ríos Molina) Cubaanse hulpverleners in beschermkledij samen met ebolapatiënten

Gebrek aan elementaire gezondheidszorg

Eén van de artsen die Ubieta interviewde is Graciliano Díaz uit Santiago de Cuba — hij is hier vandaag. Graciliano vertelde Ubieta het volgende over Guinee: “Er zijn geen statistieken, geen gegevens, dus is het moeilijk om iets te zeggen over de situatie inzake gezondheid en hygiëne in het land. Er is weinig bewustzijn inzake gezondheid en hygiëne op eender welk niveau en dat heeft de verspreiding van de ziekte geholpen.”

Vandaag is ebola het probleem, aldus Graciliano, maar daarvoor was er malaria, hersenvliesontsteking, cholera, tyfus, tuberculose en AIDS. Ubieta voegt hier enkele schrikwekkende cijfergegevens aan toe. [zie tabel]

 

LIBERIA

SIERRA LEONE

GUINEE

Kindersterfte per 1 000 levensvatbare geboorten :

56

117

65

Moedersterfte per 100 000 levensvatbare geboorten :

990

860

980

HIV / AIDS per 100 000 inwoners :

521

965

1 031

Tuberculose per 100 000 inwoners :

495

1 304

274

Artsen per 100 000 inwoners :

1

2

?

Levensverwachting (jaren) :

62

46

58

Bevolkingsdeel met toegang tot elektriciteit :

10%

14%

26%

Bevolkingsdeel met toegang tot drinkwater :

76%

63%

77%

 

Mensen die je aan je zijde wil

Zona Roja bevat geen retoriek. De heldhaftigheid van de Cubaanse artsen en verplegers wordt duidelijk uit hun daden. De missie was op strikt vrijwillige basis. Voor de meeste internationalisten was het moeilijkste moment niet de beslissing om mee te doen. Het was wanneer ze het moesten vertellen aan hun families. Ubieta verzamelde hun getuigenissen.

Kike [Dr. Ángel Enrique Betancourt] : “Ze belden me op, en mijn vrouw zei me om niet ja te zeggen… Maar ik had een verleden. Als mijn vader stierf zoals hij stierf, hoe zou ik niet kunnen gaan?” De vader van Kike was de arts van Samora Machel, president van Mozambique. Hij stierf in 1986 toen het presidentieel vliegtuig neerstortte na een aanslag, klaarblijkelijk gepleegd door [het apartheidsregime van] Zuid-Afrika. “Ik moet mijn plicht vervullen,” zegt Kike.

Dat is het soort mensen die je tijdens een gevecht, in het hevigste van de strijd, aan je kant wil.

Verpleegkundige Rogelio Labrador Alemán kreeg steun van zijn broers – één van hen was internationalistisch strijder in Angola. Maar, legt hij uit, “ik zei tegen mijn moeder, die toen 93 jaar was, dat ik naar Haïti ging om les te geven. … Tegen het einde van de missie kwam mijn moeder te weten waar ik echt was. Bij mijn terugkomst was ze erg emotioneel. Ze ging naar de provinciale kantoren van het Ministerie van Gezondheid om mij op te wachten. … Ze had mijn ontvangst verschillende dagen op voorhand voorbereid. Mijn vlucht had vertraging. Men zei haar om naar huis te gaan en daar te wachten. ‘Nee,’ zei ze, ‘mijn zoon de held komt vandaag terug.’”

Toen de zoon van dr. Félix Báez van het ministerie te horen kreeg dat het resultaat van de ebolatest op zijn vader positief was, stuurde hij een bericht dat de titel werd van een hoofdstuk in het boek: “Papa, wees sterk. Alles komt goed.”

Alejandro – ik denk dat dat de naam was van de zoon van Félix – stuurde een tweede bericht, “Ja, mijn vader werd ziek maar dat betekent niet dat hij, zoals sommigen zeggen, beter was thuis gebleven. Integendeel, mijn vader is gegaan omdat hij het zijn plicht vond om te helpen wie het meest in nood is, zelfs al betekende dat dat hij zijn eigen leven moest riskeren. … Mens zijn betekent dat we het gezamenlijk belang boven het persoonlijk welzijn plaatsen. Het betekent tot het uiterste in staat te zijn om iemand die hulp nodig heeft de hand te reiken.”

Dat zijn de woorden van de zoon van een dokter die ebola opliep, wiens leven op dat moment aan een zijden draadje hing.

De verpleger en babalawo [santeríapriester] Orlando O’Farrill Martínez legt uit: “Het was een missie voor mijn land maar ik moest ook mijn orisja’s [goden van de santería, Afro-Cubaanse godsdienst] raadplegen. Zij gaven me toestemming.”

De orisja’s zijn dus met ons. Niet enkel [de Russisch-orthodoxe] patriarch Kiril en paus Franciscus – de orisja’s ook.

De Cubaanse brigade was de kern van de respons

In Kerry Town, Sierra Leone, werd een ebolakliniek ingericht waar dokters en verplegers van Cuba en andere landen samenwerkten.

Andy Mason, de Britse directeur van de kliniek, sprak bij het afscheid van de Cubaanse brigade: “We waren hier met Save the Children [Britse NGO], de Cubaanse brigade, het Britse ministerie van Volksgezondheid … en onze broeders en zusters van Sierra Leone. Maar het centrale onderdeel van onze slagkracht was de Cubaanse brigade. Zij vormde het hart van de respons hier.”

Ik ben ervan overtuigd,” vervolgde hij, “dat de cijfers zullen aantonen hoe sterk de sterftegraad gedaald is. Dat zou niet mogelijk geweest zijn zonder de nauwgezette, gewetensvolle zorg voor de patiënten. En voor die zorg waren onze Cubaanse collega’s essentieel.”

In Maforki–Port Loko, ook in Sierra Leone, waren 42 leden van de brigade gestationeerd, meldt Ubieta. “Tijdens hun verblijf werden 499 patiënten verzorgd … en 132 levens gered. ‘Meer dan 3 levens per vrijwilliger,’ zei dr. Manuel Seijas Glez me met trots.” Hij is hier aanwezig – hij was de coördinator van dat Cubaanse team.

Dr. Rotceh Ríos Molina, hoofd van het Cubaanse team in de ebolakliniek binnen het ADRA-ziekenhuis in Waterloo, Sierra Leone, maakte volgende balans op van de missie:

Het eerste wat ik onthoud is de grote voldoening zoveel levens gered te hebben. …

Ten tweede moet onze kennis en competentie vermeld worden, als internationale artsen. … Je hoort vertellen van een arts van Harvard, of die voor één of andere Britse kliniek werkt. Maar wij moeten niet onderdoen voor hen. We zijn van hetzelfde niveau. Onze medische opleiding kan wedijveren met de opleiding die eender welke van die artsen uit andere landen gehad heeft.

Ten derde was er de geest van solidariteit, de kameraadschap, de broederschap. Ik denk dat die ervoor gezorgd heeft dat we allemaal veilig en wel zijn teruggekeerd, behalve voor de twee die we verloren.”

Zoals jullie weten stierven zij beiden niet aan ebola maar aan malaria.

We doen enkel onze plicht

Leonardo Fernández, is hij hier? Leonardo Fernández, 63 jaar, bijna mijn generatie. Een rockfan waar ik me verbonden mee voel. We moeten eens afspreken in een Gele Duikboot. Maar goed…

Dr. Fernández diende in Nicaragua, Pakistan, Oost-Timor, Haïti en Mozambique. “Als ik hoor dat ze vrijwilligers nodig hebben,” zegt hij, “steek ik mijn hand op en vraag pas daarna waarvoor het is.”

Over de strijd tegen ebola zegt hij: “De media-aandacht heeft ervoor gezorgd dat sommigen onder ons onszelf als helden gaan zien. Naar mijn mening hebben we enkel onze plicht gedaan volgens de morele waarden van de revolutie en van de medische praktijk. … Ik had gehoord over ebola. Ik ben bekend met Afrika, ik heb hemorragische koorts behandeld in Mozambique, dus stak ik mijn hand op en ben ik hier. Niets buitenaards. Dat is het leven.” Zo wuift hij het belang van zijn heldhaftige beslissing weg.

Dr. Rotceh Ríos Molina, die ik al vermeld heb, vertelt: “Toen we aankwamen in Sierra Leone op 9 oktober [2014] en een ebolazaal binnengingen, leek het meer op een stapelplaats van zieken dan op een verpleegeenheid. Velen lagen op de grond, zonder baxter of medicatie. We moesten ingaan tegen het denkbeeld dat je de zieken niet mocht aanraken. We begonnen hen te behandelen, en meer zieken begonnen het te overleven.”

Verpleger Juan Carlos Curbelo, van dezelfde ebolakliniek van het ADRA-ziekenhuis in Waterloo, vertelt van “een zwangere vrouw met diagnose ebola die een transfusie nodig had. Maar het ziekenhuis had geen geld om bloed te kopen.” De Cubanen hielden “een collecte om zakjes bloed te kopen. Iedereen gaf wat hij kon op dat moment. De hoofdverpleegster van het ziekenhuis zei ons dat het nutteloos was, dat wat we ook zouden doen de vrouw ging sterven. Maar we konden onszelf er niet van weerhouden om al het mogelijke te proberen om haar te redden. Na een paar dagen stierf de vrouw inderdaad, maar we voelden ons in het reine met ons geweten,” zegt deze kameraad.

Een andere verpleegkundige, Víctor Lázaro Guerra, “het jongste lid van de brigades in de drie landen,” vierde zijn 26ste verjaardag tijdens de missie. Hij vertelde van “een kind dat dringend intraveneuze voeding en een bloedtransfusie nodig had. Geen enkel familielid wou bloed geven, en ze hadden het geld niet om een transfusie te betalen. Dus legden we wat geld bij elkaar … en kochten een zakje bloed. Dankzij dat konden we hem redden.”

Ubieta geeft een beknopte omschrijving van al die helden: “Zonder de speciale kledij zijn ze niet te onderscheiden van andere stervelingen. Ze raken de dood aan met hun handen maar vertellen grappen om het te verwerken voor henzelf, voor de zieken en voor collega’s uit andere landen. Ze zijn bang maar overwinnen hun angst, vergeten haar zelfs en worden onverschrokken.”

Zij – jullie die vandaag hier zijn – hebben altijd dat belangrijke ingrediënt gehad van Cuba’s vermogen tot weerstand: humor. En het had niet anders gekund. Ook in Zona Roja, te midden van de horror van de epidemie, te midden van de dood, komen de grappen en grollen naar boven, Cubaanse kwinkslagen. Brigadeleden van rivaliserende provincies in schertsruzies over baseball. Sommigen spelen muziek op hun mobiele telefoon voor de patiënten die gered zijn en ontslagen worden uit het ziekenhuis, en deze patiënten dansen met hun redders. Anderen beschrijven de coaches in Freetown die verondersteld werden hen op te leiden, als karateka’s met zwarte gordel ‘vijfde dan’ die nog nooit op een tatami gestaan hadden.

Idealen van de Cubaanse revolutie

Wat de Cubanen die de strijd met de ebola-epidemie aangingen op ethisch en moreel vlak gedaan hebben contrasteert met deze ontaarde 21ste-eeuwse wereld. Hun inspanningen, patiënt per patiënt, om de dood te overwinnen en weerloze mensen te redden staan in schrille tegenstelling met hoe immigranten behandeld worden die dag in dag uit op de kusten van Europa aanspoelen, enkel om prikkeldraad, muren, ge­wapende troepen en wreed egoïsme tegen te komen.

Vandaag, wanneer we het te midden van de dagelijkse moeilijkheden hebben over de waarden die achteruitgaan onder ons, is het goed dat iemand ons de daden voorhoudt die opgetekend zijn in Zona Roja. Het is geen boek over oude geschiedenis. Het gaat niet terug tot de epische gebeurtenissen van de jaren ‘60. Degenen die deelnamen aan de missie in kwestie zijn hier vandaag in Cuba, sommigen in deze zaal. Anderen zijn in het buitenland, een nieuwe internationalistische missie aan het uitvoeren.

Sommigen zijn jonger dan 30, anderen 10 of 20 jaar ouder. Ondanks de doorbraken en terugslagen die we meemaakten, ondanks tekortkomingen en tegenstrijdigheden, kan je in hen ongetwijfeld een voorafspiegeling zien van “de nieuwe mens” waar Che over sprak. Ze tonen ons het voorbeeld van de zuiverste idealen van de Cubaanse revolutie. Laat onze bewondering en eerbetuiging hen bereiken, en jullie bereiken die hier bij ons zijn.

Zona Roja: la experiencia cubana del ébola is te koop bij de Vrienden van Cuba. Enkel in het oorspronkelijk Spaans. Het boek telt 254 pagina’s tekst plus een kleurenfotokatern van 32 pagina’s. De prijs is 16 euro plus 4 euro verzendkosten. Om te bestellen schrijft u 20 euro over op rekening BE60 9730 9561 6570 van “Vrienden van Cuba regio Antwerpen”. Vermeld uw adres op de overschrijving of stuur een mailtje aan antwerpen@cubamigos.be.

We moesten ingaan tegen het denkbeeld dat je de zieken niet mocht aanraken”(dr. Rotceh Ríos Molina)

Cubaanse hulpverleners in beschermkledij samen met ebolapatiënten

Reacties zijn gesloten.