Het Cubaanse Epos(deel 1), door Claudio Katz

Over de Cubaanse revolutie en de lopende economische hervormingen

Na de ingetreden dooi in de relaties tussen De USA en Cuba en het historische bezoek van Obama aan het eiland is het moment gekomen om een balans op te maken, nu er opnieuw grote veranderingen op til schijnen te zijn.
In deze analyse van december 2014 maakt de Argentijnse economist Claudio Katz de balans op van de verwezenlijkingen en tegenslagen van de Cubaanse revolutie.Hij gaat in discussie met zowel zowel links als rechts.
Dit in Latijns Amerika en daarbuiten wijd verspreide artikel kunnen wij onze lezers niet onthouden. De Argentijnse economist Claudio Katz zet niet alleen enkele van de uitmuntende verwezenlijkingen van de Cubaanse socialistische revolutie uiteen, hij besteedt ook aandacht aan de uitdagingen die zich nu aandienen door het herstel van de diplomatieke betrekkingen met Washington en analyseert op een kritische manier de vérstrekkende economische hervormingen die in Cuba plaatsvinden.

Vertaling: Agnes Hollanders.

Cuba bracht grootse ideeën en idealen over sociale hervorming tot bij verschillende generaties in Latijns-Amerika. De Cubaanse revolutie raakte de jongeren, deed politieke organisaties op hun grondvesten daveren en bracht ook de linkerzijde uit haar evenwicht.

In de zestiger jaren brak het Castrisme met alle dogma’s. Het toonde aan dat een socialistisch proces op het continent mogelijk was. Op negentig mijl van Miami botsten de samenzweringen van het imperialisme op veralgemeende nationalisaties. Dit alles mondde uit in heroïsche pogingen om de revolutie in de regio nog uit te breiden.

Na de implosie van de USSR verbaasde Cuba ons opnieuw door zijn beslissing om het kapitalisme niet in ere te herstellen. De bevolking van een klein eiland, vlakbij het centrum van het imperialisme werd geconfronteerd met een verstikkende internationale isolatiepolitiek, maar wist door geweldige inspanningen haar onafhankelijkheid te bewaren. De duurzaamheid van dit proces was cruciaal voor de veranderingen in Zuid-Amerika. Een nieuwe VS – bezetting zou het heropleven van radicale processen van verandering geblokkeerd hebben en de overwinningen op het neoliberalisme ongedaan hebben gemaakt. In feite is het moeilijk denkbaar dat de gemaakte vooruitgang in Venezuela en Bolivia mogelijk zou geweest zijn zonder het voorbeeld van een land dat goed wist wat de confrontatie met de VS-macht inhield. De simpele herhaling van het Russische of Oost-Europese traject zou voor lange tijd alle revolutionaire tradities in ons continent begraven hebben.

Meer dan twee decennia na de ineenstorting van de USSR en zijn economisch blok (COMECON) hadden in Cuba belangrijke veranderingen plaats. Deze veranderingen brengen gigantische mogelijkheden en ongetwijfeld ook gevaren met zich mee.

Verwezenlijkingen en uitdagingen

De voornaamste les die we uit de recente gebeurtenissen in Cuba kunnen trekken is dat er gigantische vooruitgang mogelijk is voor de bevolking door middel van een antikapitalistisch economisch en sociaal programma. Tegen alle economische tekorten, diplomatieke isolatie, militaire provocaties, financiële druk en agressie van de media in, is Cuba erin geslaagd zijn parameters met betrekking tot levensverwachting, onderwijs en kindersterfte op een peil te houden dat zonder meer superieur is in vergelijking met de rest van de regio.

Deze buitengewone verwezenlijking is onbegrijpelijk voor de aanhangers van het kapitalisme. Vermits zij zelf niet in staat zijn dergelijke resultaten voor te leggen, zwijgen zij de Cubaanse verwezenlijkingen simpelweg dood. Cuba heeft ook aangetoond hoe honger, veralgemeende misdaad en vroegtijdig schoolverlaten kunnen voorkomen worden met inzet van slechts schaarse middelen. Momenteel heeft Cuba het weliswaar zeer moeilijk om het gratis verstrekken van diensten aan zijn inwoners in stand te houden, maar deze tegenspoed is nog geheel iets anders dan de rampspoed die heerst in vergelijkbare landen in de regio.

Cuba is niet Argentinië, noch Brazilië noch Mexico. De situatie van Cuba moet vergeleken worden met die Latijns-Amerikaanse economieën wier ontwikkeling lager ligt dan die van Argentinië, Brazilië en Mexico. Van die “minder ontwikkelde” economieën is er geen enkele die het profiel van een land kan voorleggen zonder werkloosheid, behoeftigheid of massale armoede.

In Cuba wordt aan de basisbehoeften van de bevolking voldaan. Alle gezinnen hebben toegang tot voedsel, onderwijs en gezondheidszorg. De tekorten in de voorraden of het gebrek aan variatie in de consumptiegoederen doen daar niets van af.

Cuba heeft een excellent niveau op het gebied van schoolprestaties. Een recente studie van de Wereldbank stelt dat het Cubaanse onderwijssysteem parameters met betrekking tot beroepsopleiding kan voorleggen die in vele opzichten gelijkwaardig zijn aan die van Finland, Singapore of Canada (Lamrani, 2014).

Bovendien is Cuba erin geslaagd een levensverwachtingsindex te bereiken die vijf jaar hoger ligt dan die van de andere landen op het continent, én een lager sterftecijfer in alle leeftijdsgroepen. Het heeft gemiddeld het laagste aantal gevallen van ondervoeding in Latijns Amerika en kan één van de hoogste percentages voorleggen als het gaat over gezinswoningen die aangesloten zijn op het waterleidingnet van drinkbaar water (Navarro, 2014). Verder is de index van voedselveiligheid in Cuba de hoogste in de regio en het niveau van armoede zeer laag (4%), vergeleken met het gemiddelde percentage in Latijns Amerika (35%). (Vandepitte, 2011). Het “United Nations Development Program” (Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties) schat dat Cuba één van de drie landen in Latijns Amerika is met een hoge ontwikkelingsstandaard (UNDP, 2014).

Maar Cuba wordt geconfronteerd met ernstige problemen om deze voordelen te kunnen behouden. De stagnatie en schaarste die volgden op het ineenstorten van de USSR, zijn intussen getemperd. Maar zij hebben toch aangetoond dat een economische koersverandering nodig is. De ganse maatschappij erkent dat deze koersverandering niet langer kan worden uitgesteld, omdat niemand erin geslaagd is het inkomenspatroon van de jaren 70 en 80 te evenaren.

De intrekking van de steun van de Sovjet Unie werd gevolgd door een uitbreiding van het VS-embargo (de Toricelli Act in 1992 en Helms-Burton in 1996)1. Dit bestand blokkeert de handel en genereert een fortuin aan kosten. Een schip dat aanlegt in een Cubaanse haven, mag niet aanleggen in de Verenigde Staten en de VS, m.a.w. de grootste markt ter wereld, mag geen producten toelaten die Cubaanse componenten bevatten.

Tevens heeft Cuba periodiek militaire provocaties moeten ondergaan die het dwongen een duur militair apparaat in het leven te roepen. De Cubaanse regering moet 600.000 militairen in staat van paraatheid onderhouden en ze moet een militaire infrastructuur bekostigen die totaal niet strookt met de grootte van het land (Isa Conde, 2011).

Cuba kampte de voorbije jaren met belangrijke commerciële en klimatologische tegenslagen. Zo kreeg het te maken met dalende exportprijzen (nikkel) en stijgende importkosten (voedingswaren). Vooral tussen 1998 en 2008 was de Cubaanse bevolking het slachtoffer van orkanen, periodes van extreme droogte en zware overstromingen. Deze rampen hebben weliswaar niet geleid tot menselijke rampen zoals zo vaak het geval is elders op het continent, maar zij brachten wel tot in de miljoenen oplopende kosten met zich mee. De internationale economische crisis heeft er ook nog voor gezorgd dat de inkomsten naar beneden gingen, dit ondanks een bescheiden verhoging van het aantal bezoekers.

De economie van Cuba vertoont sinds verscheidene jaren een budgettair tekort. Het peil van economische activiteit blijft maar met moeite behouden en de handelsbalans is even wankel als de hulp vanuit het buitenland.

Ondanks de grootse opofferingen die het gevolg waren van de “speciale periode” in de jaren negentig, heeft Cuba vastberaden geweigerd het kapitalisme terug in te voeren. De economische impact van de ineenstorting van de USSR was catastrofaal. Het handelsverkeer van Cuba was 100% gericht op de COMECON-landen(nvdr: de economische Unie tussen de landen van het vroegere Oostblok) en met de verkoop van suiker aan het COMECON-blok konden een hele reeks uitgaven in het buitenland betaald worden.

Cuba bleef achter met lege handen. Het moest zijn militaire verdediging verzekeren; het moest tevens de verstrekking van basisgoederen vrijwaren, en dat alles in omstandigheden waarbij het land omringd werd door vijandige staten en waarbij het binnenlands transport dreigde stil te vallen, de verdeling van elektriciteit in het geding kwam en de olievoorraden slonken. Zeer weinig politieke regimes zijn er tot nog toe in geslaagd dit soort rampscenario’s te overleven.

Een recente studie verklaart de kracht van het verzet, aangewakkerd door de herinnering aan de sociale hervormingen bereikt in de jaren 60 en 70. De studie vermeldt onder andere de weigering van het eiland om terug te keren naar de status van “bordeel” van de VS. Tevens wordt een leerrijke vergelijking gemaakt met de uitroeiing van de mensenrechten in de voormalige COMECON staten, die zich in die periode wel tot het kapitalisme “bekeerden” (Morris, 2014).

Aan het einde van dit experiment blijkt Cuba nochtans niet meer in staat om – alleszins niet zoals voordien – de weg naar het socialisme te blijven bewandelen. Het is eenvoudigweg onmogelijk dat een klein land in de Caraïben op zijn eentje een maatschappij creëert die overvloed én gelijkwaardigheid kent. De continuïteit van de revolutie heeft het mogelijk gemaakt om de overwinningen te verdedigen, maar is er niet in geslaagd een ontwikkeling van de productie en materiële welvaart te verzekeren die de consolidatie van het socialisme moet mogelijk maken. De ervaring van de Sovjet Unie heeft aangetoond hoe moeilijk het is om een socialistische maatschappij op te bouwen als men de banden met de wereldmarkten doorsnijdt. Het is overduidelijk dat Cuba die weg niet wil bewandelen.

De belangrijke veranderingen in de Latijns Amerikaanse context hebben ertoe bijgedragen het isolement van Cuba te doorbreken. De meest nijpende noden werden verholpen en het functioneren van de economie is genormaliseerd, vooral door samenwerking met Venezuela. Toch is deze hulp niet meer dan het in stand houden van wat reeds verworven was.
(Volgende aflevering: Drie problemen en de hervormingen.)

Claudio Katz is economist, professor aan de universiteit van Buenos Aires en lid van de EDI [Linkse Groep van Economisten]